Stel uw vraag

Stel uw vertrouwelijke vraag aan het MijnHulpmiddel Team.

Stel uw vraag in het discussieplatform.

Online bezoekers

57 gasten online


Naast longklachten vermindert de hoeveelheid spiermassa, ook gaat de kwaliteit van spierweefsel achteruit en wordt vet op een gevaarlijke plek in het lichaam opgeslagen. Hierdoor is het risico op hart- en vaatziekten sterk verhoogd.
 
Het proefschrift van Van den Borst was voor het Longfonds mede aanleiding om 250.000 euro subsidie te verstrekken voor vervolgonderzoek naar effectieve behandelmethodes bij COPD. De onderzoeksresultaten vereisen een verandering van persoonlijke leefstijl die veel verder gaat dan alleen stoppen met roken.

Hart- en vaatziekten
COPD is een verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. In Nederland lijden zo'n 320.000 mensen aan COPD, wereldwijd zo'n 64 miljoen. De ziekte gaat gepaard met een verminderde longfunctie, kortademigheid en chronisch hoesten. De meeste patiënten met een milde vorm van COPD overlijden echter aan hart- en vaatziekten, en dus niet direct aan longfalen. Dat was aanleiding voor longarts in opleiding Bram van den Borst om te zoeken naar andere ziekteverschijnselen bij deze specifieke patiënten.
 
Zo onderzocht Van den Borst de spierontwikkeling bij patiënten met een milde vorm van COPD. Hij ontdekte onder andere dat de hoeveelheid spiermassa bij patiënten aanzienlijk lager was dan bij gezonde leeftijdsgenoten. Daarnaast was de kwaliteit van spieren ook nog eens sterk verminderd. Patiënten hebben te weinig spiervezels die nodig zijn voor duurinspanning, met als gevolg een sterk verminderd uithoudingsvermogen.

Deze patiënten bleken, naast deze spierproblemen, ook vetweefsel op de verkeerde plaats in het lichaam te ontwikkelen. Een verschijnsel dat normaliter voorkomt bij de ziekte obesitas. Vet stapelt zich dan op tussen de organen in de buik. Dit buikvet kan zorgen voor ontstekingsreacties die weer kunnen leiden tot diabetes en hart- en vaatziekten. Van den Borst nam dit echter ook waar bij COPD-patiënten zonder obesitas.

Leefstijl veranderen
Van den Borst licht toe dat het probleem veel breder is dan alleen roken: "Klachten van COPD in een vroege fase houden sterk verband met iemands leefstijl. Veel patiënten hebben minder lichaamsbeweging en hebben bovendien een ongezond voedingspatroon.

Ik pleit er dan ook voor om de stoppen-met-roken-poli voor COPD-patiënten uit te breiden tot een leefstijl-interventie-poli. Patiënten met een milde vorm van COPD zijn namelijk nog wel in staat om een intensieve training te doen om spierontwikkeling en vetverdeling te verbeteren. Daarnaast kan het optimaliseren van het dieet een positieve invloed hebben. Met als gevolg dat hun risico op diabetes en hart- en vaatziekten kan worden verminderd."